Nieuwsbrief 01/2008        
           
 

Januari 2008

De slaapkamer van Vincent van Gogh

Rembrandt en
Antonio Ruffo

Stuur deze nieuwsbrief door naar iemand anders!
Klik hier!

 

U ontvangt deze nieuwsbrief geheel gratis en zonder verdere verplichtingen omdat u zich via onze website heeft opgegeven. Wilt u geen nieuwsbrieven meer ontvangen, klik dan hier.

    De slaapkamer van Vincent van Gogh

In 1888 schilderde Vincent van Gogh zijn slaapkamer op de eerste verdieping van het ‘gele huis’ in Arles, te zien in het Van Gogh Museum te Amsterdam (Afbeelding 1).
Van Gogh maakte drie versies, waarvan dit de eerste is. De andere twee exemplaren schilderde hij een jaar later in het gesticht te Saint Remy, in 1889. Deze bevinden zich in Musée d’Orsay, Parijs (Afbeelding 2) en in het Art Institute te Chicago (Afbeelding 3).

De schilderijtjes aan de muur lijken in een kinderlijk ‘fout’ perspectief te zijn weergegeven. Mogelijk is het ongebruikelijke perspectief toch realistischer dan het op het eerste gezicht lijkt. De slaapkamer van Van Gogh was namelijk niet rechthoekig maar had een schuine buitenmuur. In zijn brieven maakt hij uitgebreid melding van deze "slaapkamer" schilderijen: “het zien van het schilderij moet het hoofd, of liever de verbeelding, rust geven” en “De lijst zal wit zijn, aangezien er geen wit in het schilderij is. Dit als mijn wraak voor de gedwongen rust die ik heb moeten nemen” (brief 554). “Welnu, het heeft mij enorm veel plezier gedaan om dat interieur van niets te maken, een interieur van een eenvoud à la Seurat" (brief 555).

Boven zijn bed hangen geschilderde portretten. Op het schilderij van het Van Gogh museum (Afbeelding 1) zijn dit Eugène Boch en Paul-Eugène Milliet (zie uitvergroting Afbeelding 4).

Afbeelding 4 – uitvergroting

Eugène Boch was een Belgische dichter afkomstig uit een zeer welgestelde familie van keramiekproducenten. Tegenwoordig bekend onder de naam Villeroy & Boch. Vincent van Gogh was zeer op hem gesteld. Zijn zuster Anna Boch kocht de Rode Wijngaard voor 400 francs. Het enige schilderij dat Van Gogh in zijn schilderscarrière ooit heeft verkocht. Het echte portret van Eugène Boch is te zien het Musée d’Orsay te Parijs (Aafbeelding 5).

 
     
Afbeelding 5 – Boch   Afbeelding 6 - Milliet

Paul Eugène Milliet was tweede luitenant van het derde regiment der Zouaven. Dit onderdeel was tijdelijk gelegerd in Arles. Milliet was geïnteresseerd in kunst, kreeg teken- en schilderles van Van Gogh en vergezelde hem tijdens zijn uitstapjes in de buurt van Arles. “Ik kom thuis van een dag op montmajour, en mijn vriend, de tweede luitenant, heeft me gezelschap gehouden. We hebben met zijn tweeën de oude tuin verkend en we hebben er uitstekende vijgen gestolen“ (Brief 506, 9 juli 1888). Het geschilderde portret van Milliet is te zien in het Kröller Müller te Otterlo.

Bronnen:
1. Website Van Gogh Museum: www.vangoghmuseum.nl. (zie voor de uitvergroting: http://www3.vangoghmuseum.nl/vgm/zoom.jsp?page=2796&lang=nl)
2. De Vicent van Gogh Galerij: http://www.vggallery.com/international/dutch/index.html


Rembrandt en Antonio Ruffo

Rembrandts schilderijen werden in zijn tijd vrijwel niet door buitenlanders bij hem besteld. Een uitzondering vormt de Siciliaanse edelman Antonio Ruffo waarvan bekend is dat hij drie bestellingen deed. Hij bestelde Aristoteles (Afbeelding 1), Alexander de Grote ( Afbeelding 2) en Homerus (Afbeelding 3).

Afbeelding 1.
Aristoteles.
  Afbeelding 2.
Alexander de Grote
  Afbeelding 3.
Homerus.

De opdracht voor de Aristoteles werd in 1654 door Ruffo via een tussenpersoon in Italië aan de Nederlandse handelaar Cornelis van Goor gegeven. Rembrandt bracht 500 gulden in rekening. De transportkosten kwamen daar nog bovenop. Voor de kist en het sluiten van de kist waar het schilderij zich bevond moest drie gulden worden betaald. Zelfs voor het aan boord brengen van de kist te Texel werd een bedrag in rekening gebracht. De totale transportkosten bedroegen 15 gulden.
De Aristoteles is inmiddels in het bezit van het Metropolitan Museum te New York. Zeven jaar later bestelt Ruffo de andere twee schilderijen. Deze schilderijen arriveren in 1661 op Sicilië, maar Ruffo is hierover ontstemd. De Alexander, nu in het bezit van Kelvingrove Art Gallery and Museum te Glasgow, blijkt te zijn geschilderd op vier aan elkaar genaaide doeken, waarvan de naden bijzonder storend zijn. De Homerus, nu te bewonderen in het Mauritshuis te Den Haag, is maar half voltooid. Rembrandt bracht ook voor deze schilderijen 500 gulden elk in rekening. Ruffo stelt voor om beide schilderijen terug te sturen om ze te voltooien. Ondanks deze mankementen lijkt hij toch tevreden over Rembrandt want hij geeft aan nog eens drie extra schilderijen te willen bestellen. Hij vraagt Rembrandt hiervoor schetsen op papier te zenden.
Rembrandt toont zich verbaasd over de kritiek van Ruffo en vraagt zich af hoe het met het connaisseurschap op Sicilië is gesteld. Hij excuseert zich voor het feit dat het schilderij uit vier delen bestaat. Hij verklaart dat toen hij aan het schilderen was, hij doek tekort kwam. Hij adviseert Ruffo om het schilderij in een ander licht te hangen, zodat de naden niet meer te zien zullen zijn.
De Homerus werd uiteindelijk teruggestuurd in 1662 en kwam pas in 1664 in voltooide vorm terug in Messina. De Alexander heeft hij niet teruggestuurd. De Homerus kende oorspronkelijk een afmeting van 206 x 154 cm. Waarschijnlijk door brand is een groot deel van het schilderij verdwenen. In de hoogte ontbreekt 98 cm en in de breedte 72 cm. Vooral rechtsonder is door de hitte ontstane gesmolten verf te zien.
Waarschijnlijk vertegenwoordigt Homerus als dichter de vita poetica, Aristoteles als wijsgeer de vita contemplativa en Alexander als veldheer de vita activa. In de Republiek werd Aristoteles beschouwd als de grote filosoof van het Calvinisme.

Bronnen:
1. Jeroen Giltaij, Ruffo en Rembrandt. Walburg Pers, 1999.
2. www.mauritshuis.nl (zie ook het restauratiefilmpje van de Homerus).