Nieuwsbrief 02/2008        
           
 

Februari 2008

2 x nachtwacht in het Rijksmuseum

Opium van het volk

Stuur deze nieuwsbrief door naar iemand anders!
Klik hier!

 

U ontvangt deze nieuwsbrief geheel gratis en zonder verdere verplichtingen omdat u zich via onze website heeft opgegeven. Wilt u geen nieuwsbrieven meer ontvangen, klik dan hier.

    2 x nachtwacht in het Rijksmuseum

In het Rijksmuseum is naast de originele Nachtwacht uit 1642 een kopie in kleiner formaat te zien. De afmeting van de kopie is 66,5 x 85,5 cm. De originele Nachtwacht meet 363 x 437 cm en is dus ruim 5x groter. De kopie is kort na de oplevering van de Nachtwacht gemaakt door Gerrit Ludens (1622-1686). Zeer waarschijnlijk in opdracht van één van de afgebeelde personen.

Nachtwacht. Rembrandt. 1642.

Nachtwacht (kopie).Gerrit Lundens. Ca. 1647.

Het Rijksmuseum heeft deze kopie in dezelfde zaal als de “echte” Nachtwacht gehangen, omdat de kopie laat zien hoe de Nachtwacht er oorspronkelijk uitzag. De Nachtwacht is geschilderd op drie aan elkaar genaaide stroken van twee ellen (ca. 1.40 cm) breed. De afmetingen van de Nachtwacht waren ca. 420 x 500 cm. De door Rembrandt in 1642 geschilderde Nachtwacht was dus groter. Aan alle zijden zijn er echter stroken afgesneden, Hierdoor is de Nachtwacht in de breedte 63 cm en in de hoogte 57 cm kleiner geworden.

Nachtwacht (kopie) Gerrit Lundens. Afgesneden stroken.

Waarom werden deze stroken afgesneden? De Kloveniersdoelen, het gebouw waarin, naast de Nachtwacht, ook andere schuttersstukken hingen, kreeg een andere functie. De schutterij die hier haar eigen ruimte had, werd vanaf 1715 onder het directe gezag van het stadsbestuur geplaatst en verloor daarmee haar zelfstandigheid. De grote zaal, waar de schuttersstukken hingen, werd al langer voor allerlei andere gelegenheden dan samenkomsten van de schutterij gebruikt, zoals feesten, recepties en veilingen. De kans op beschadigingen aan de schilderijen werd daardoor steeds groter, zodat besloten werd om de schuttersstukken over te plaatsen naar het stadhuis op de Dam (het huidige Koninklijk Paleis). De Nachtwacht werd op de bovenverdieping in de Kleine Krijgsraadkamer geïnstalleerd. De plek, tussen twee deuren, was echter te klein waarna werd besloten om het schilderij in te korten.

Bronnen:
1. Gary Schwartz, De Nachtwacht (Rijksmuseum Dossiers), Amsterdam, 2002.
2. Christopher Brown, Jan Kelch en Pieter van Thiel, Rembrandt: de meester en zijn werkplaats, Amsterdam, 1991.


Opium van het volk

In 1844 publiceerde Karl Heinrich Marx (1818-1883) een inleiding op de rechtsfilosofie van Hegel in het tijdschrift Deutsch-Französische Jahrbücher. Voor de filosofisch geïnteresseerde lezer is de argumentatie in dit artikel zeker interessant, omdat het prille elementen bevat van Marx later beroemd geworden theorie over de “vervreemding” van de mens van zijn eigen bestaan. Dit artikel heeft zijn bekendheid echter met name te danken aan slechts één frase:

“Religie is de opium van het volk”

Terwijl frases als deze het altijd goed doen in citatenboeken en op scheurkalenders, kijkt de filosofisch geïnteresseerde lezer vaak knarsetandend toe hoe de filosofische inzichten van de grote denkers verkeerd worden geïnterpreteerd, vereenvoudigd en in een onjuiste context worden geplaatst. In het geval van “religie is de opium van het volk” is dat niet anders, maar daar komt nog iets bij: deze zes woorden van Marx worden veelvuldig foutief geciteerd als “religie is opium voor het volk”.

Hoe veelvuldig? Bij wijze van semi-wetenschappelijk experiment tikken we “opium van het volk” en “opium voor het volk” in op Google. De eerste zoekterm levert circa 3,240 resultaten op. De tweede zoekterm maar liefst 10,600! Na wat klikken en lezen blijkt er een theatergroep te bestaan die zich “Opium voor het volk” noemt, De resultaten zijn dus op z’n zachtst gezegd wat vertroebeld. De resultaten in het Engels zijn hoopgevender. ”Opium of the people” levert 119,000 resultaten op; “opium for the people” 15.400. Maar dan richten we ons experiment op de originele taal. In het Duits levert “Opium des Volkes” 31,200 resultaten op en “Opium für das Volk” altijd nog niet minder dan 15,400!

‘Wat een geneuzel’, zal de niet-filosofisch geïnteresseerde lezer zeggen: ‘dat gesteggel over één woordje’. Maar voor de interpretatie van Marx’ filosofie maakt dit ene woordje een wereld van verschil. Met “opium van het volk” beoogde hij te zeggen, dat de lijdende mens zijn toevlucht zoekt tot de troostende woorden van de religie, terwijl zijn eigen economische toestand er niet op vooruit gaat. De mens sust zichzelf in slaap en weigert iets aan zijn feitelijke situatie te veranderen. Met andere woorden, de mens bedwelmt zichzelf (“opium”) met verhalen over hiernamaalse gerechtigheid uit de Bijbel, omdat zijn bestaan in het hier en nu uitzichtloos en onbevredigend is. Maar “opium voor het volk” wil zeggen, dat deze bedwelming van buitenaf opgelegd wordt. Alsof de mens niet in staat is om zijn eigen levenslot te bepalen. Deze interpretatie staat in schril contrast met Marx’ opvatting, dat de mens altijd in staat is om zichzelf te hervinden, als hij daarvoor maar de wil en durf toont.

Marx was geen religiehater. Religie was in zijn ogen eerder een begrijpelijke dwaling van de ongelukkige mens. Mensen die zich richten tot een religie, doen dat vanuit een soort berusting in hun lot. Het is deze berusting die bestreden moest worden, niet de religie. Als de economische ongelijkheid verdwijnt, zal invloed van de religie als vanzelf ook verdwijnen.

De onjuiste frase “opium voor het volk” is vooral gangbaar geworden door toedoen van ideologische atheïsten die in elke religieuze uiting een bedreiging zien. Zo zijn alle communistische regimes altijd repressief geweest tegenover het geloof, terwijl ze daar volgens Marx's theorie weinig tot niets van te vrezen hadden.

Om toch nog enigszins eer te doen aan deze beroemde frase, volgt hierna het citaat in een ietwat bredere context:

“De religieuze miserie is tegelijk de expressie van de werkelijke miserie en tegelijk het protest tegen de werkelijke miserie. De religie is de zucht van het benarde schepsel, het gemoed van een harteloze wereld, zoals zij ook de geest van de geestloze toestanden is. Zij is de opium van het volk.”

Voor de volledige Duitse tekst: http://www.mlwerke.de/me/me01/me01_378.htm

Berry van den Dikkenberg