Nieuwsbrief 03/2008        
           
 

Maart 2008

Rembrandt koopt en verkoopt schilderij van Peter Paul Rubens

Johannes Vermeer en De koppelaarster van Dirck van Baburen

Stuur deze nieuwsbrief door naar iemand anders!
Klik hier!

 

U ontvangt deze nieuwsbrief geheel gratis en zonder verdere verplichtingen omdat u zich via onze website heeft opgegeven. Wilt u geen nieuwsbrieven meer ontvangen, klik dan hier.

    Rembrandt koopt en verkoopt schilderij van Peter Paul Rubens

Peter Paul Rubens (1577-1640) en Rembrandt van Rijn (1606-1669), zijn ongetwijfeld de twee grootste schilders die de Lage Landen in de Gouden Eeuw hebben voortgebracht. Uit allerlei bronnen blijkt dat ze van elkaars bestaan op de hoogte waren. Ze hebben elkaar, voorzover bekend, nooit ontmoet. Rubens was een grootheid en “wereldberoemd” tijdens zijn leven. Hij was schilder, diplomaat, geleerde en katholiek. Hij stond bekend als “prins onder de schilders en schilder onder de prinsen”. Rembrandt was schilder, “coopman” oftewel schilderijenhandelaar en calvinist, en veel meer een “man van het volk”. Kunsthistoricus Simon Schrama beweert dat Rubens het grote voorbeeld van Rembrandt was.ą

Rembrandt was een verwoed kunst- en rariteitenverzamelaar čn handelaar. Hij kocht op veilingen en in de kunsthandel. Op 8 oktober 1637 verwierf Rembrandt het schilderij Leander ende Hero van Ribbens (=Rubens) van de katholieke advocaat Mr. Trojanus de Magistris (Afbeelding 1).

Afbeelding 1. Peter Paul Rubens, Leander en Hero (1605),
Yale University Art Gallery, New Haven.

Deze had het schilderij op zijn beurt van de schilder Jan Janszn Uyl verkregen als onderpand voor een niet afgeloste lening. Uyl had dit schilderij, op zijn beurt, zeer waarschijnlijk geruild met Rubens. Deze laatste was namelijk in het bezit van drie schilderijen van Uyl.

Rembrandt kocht het schilderij voor 424 gulden, tien stuivers en acht penningen. Hij verkocht het schilderij zeven jaren later, omstreeks 1644 voor 530 gulden. Het schilderij is dus ruim zeven jaar in het bezit geweest van Rembrandt. Rembrandt woonde op het moment van aankoop in de “Suykerbackerij” op de Zwannenburgerstraat nr. 41 (in de buurt van de huidige Stopera) en verhuisde in 1639 naar het tegenwoordige Rembrandtshuis. Het schilderij van Rubens heeft ongetwijfeld in de Sijdelcaemer (zijkamer) van het Rembrandthuis gehangen. Daar was Rembrandts kunsthandel gevestigd. In deze kamer ontving hij zijn klanten, die plaats mochten nemen op een van de “seven Spaense stoelen met groene fluweele sitsels”. Waarschijnlijk werd er ook een koel glas wijn geserveerd want in een inventarisbeschrijving van deze kamer wordt van een marmeren koelvat melding gemaakt.

Bronnen:

1. Simon Schama, De ogen van Rembrandt, Amsterdam / Antwerpen, 1999.
2. S.A.C. Dudok van Heel, Dossier Rembrandt, documenten, tekeningen en prenten, Amsterdam, 1988.
3. Fieke Tissink, Museum het Rembrandthuis Amsterdam, Amsterdam-Gent, 2003
4. Christopher Brown, Jan Kelch en Pieter van Thiel, Rembrandt: de meester en zijn werkplaats, Amsterdam-Zwolle, 1991
5. http://www.rembrandthuis.nl/2004/tour_sydelcaemer.html (voor een virtuele toer door de sydelcaemer)


Johannes Vermeer en De koppelaarster van Dirck van Baburen

Over Johannes Vermeer zelf (1632-1675), bekend van de meesterwerken Het melkmeisje, Het straatje, Meisje met de parel en Gezicht op Delft, is niet veel bekend. Zijn vader was een wever van “caffa“, een fijn soort satijn en stond tevens als kunsthandelaar ingeschreven bij het Sint Lucasgilde. In 1641 kocht zijn vader het grote huis annex herberg “ Mechelen” aan de Grote markt te Delft, van waaruit hij zijn schilderijenhandel voortzette. Na zijn dood nam de oudste zoon, Johannes (“Joannis”) de zaak over.
Johannes Vermeer trouwde met Catharina Bolnes. Vermeer stierf in 1675 waarbij hij zijn vrouw en tien kinderen met huizenhoge schulden achterliet. Ook recent uitgebreid archiefonderzoek heeft over Vermeer zelf weinig nieuwe feiten aan het licht gebracht. Wel is er meer over zijn familie bekend geworden. Zijn schoonmoeder, Maria Thins blijkt verstand van schilderijen te hebben gehad. Ze was gerelateerd aan de Utrechtse schilder Abraham Bloemaert en bovendien was ze in het bezit van een kleine verzameling schilderijen uit de Utrechtse school, die ze van haar ouders had geërfd. Deze verzameling hing bij haar thuis. Op twee werken van Johannes Vermeer is het schilderij De koppelaarster van Dirck van Barburen (Afbeelding 1), uit de collectie van zijn schoonmoeder, te zien: Musicerend trio (1665-1666) (Afbeelding 2) čn tien jaar later op de Zittende Virginaalspeelster (ca. 1675) (Afbeelding 3).

Afbeelding 1. Dirck van Baburen, De koppelaarster. 1622,
Museum of Fine Arts, Boston.

Afbeelding 2. Johannes Vermeer, Musicerend trio, 1665-1666,
Isabella Stewart Gardner Museum, Boston (Gestolen in 1990).

Afbeelding 3. Johannes Vermeer, Zittende virginaalspeelster (ca. 1675),
National Gallery, Londen.

Mogelijk heeft het schilderij van Van Baburen Vermeer ook geďnspireerd tot het schilderen van zijn eigen “koppelaarster” uit 1656 (Afbeelding 4).

Afbeelding 4. Johannes Vermeer, De koppelaarster, 1656,
Staatliche Kunstsammlungen, Dresden.

Vermeer heeft slechts twee van zijn schilderijen gedateerd, waaronder De koppelaarster.

Overigens is dit schilderij vanaf april te zien in het Mauritshuis te Den Haag, waar het door de Staatliche Kunstsammlungen Dresden in bruikleen zal worden gegeven voor de tentoonstelling “De Jonge Vermeer”. Opvallend is de plek waar de wijnkan is geschilderd: precies op de hoek van de tafel. Eén kleine beweging en hij zal vallen.

Bronnen:
1. Ben Broos en Arthur K. Wheelock jr., Johannes Vermeer, Den Haag, 1995.
2. www.mauritshuis.nl, Tentoonstellingen verwacht.
3. Anthony Baily, Gezicht op Delft. Een biografie van Johannes Vermeer, Amsterdam, 2002.