Nieuwsbrief 05/2008        
           
 

Mei 2008

De melkmeid van Vermeer: subtiele lichteffecten

Pythagoras: genezen door muziek
 

Stuur deze nieuwsbrief door naar iemand anders!
Klik hier!

 

U ontvangt deze nieuwsbrief geheel gratis en zonder verdere verplichtingen omdat u zich via onze website heeft opgegeven. Wilt u geen nieuwsbrieven meer ontvangen, klik dan hier.

    De melkmeid van Vermeer: subtiele lichteffecten

De melkmeid van Johannes Vermeer is één van de beroemdste meesterwerken uit de schilderkunst. Het thema is van een uiterste eenvoud. Een jonge vrouw die melk in een aardewerken kom giet. Het resultaat is echter een tijdloos, abstract ideaal van deugdzaamheid. Overigens komt het beeld van een vrouw die een kan leegschenkt vaker voor in de 17e eeuw (Afbeelding 1).

Afbeelding 1. Temperantia – J. de Gheyn II (1565-1629).

Mogelijk heeft Vermeer met de Melkmeid, inderdaad, net als in dit voorbeeld, de deugd temperantia (“matigheid”) willen uitbeelden. Hij deed dit wel op een volstrekt eigen wijze, want in de 17e-eeuwse schilderkunst wordt een “huishoudelijke hulp” als hoofdmotief niet gebruikt. Ook zijn er uit de 17e eeuw geen schilderijen met een enkele “eenvoudige” figuur, zoals Vermeers keukenmeid, overgeleverd. Op het schilderij is een aantal subtiele lichteffecten te zien, zoals het “oplichtende gebroken ruitje” en de “spijker schaduw”.

De Melkmeid werd in 1908, samen met 38 andere stukken door het Rijksmuseum gekocht van de familie Six, voor 550.000 gulden.

Bronnen:
1. Ben Broos en Arthur K. Wheelock jr., Johannes Vermeer, Den Haag, 1995.
2. www.rijksmuseum.nl. (voor een virtuele tour: in de Vermeerzaal: http://www.rijksmuseum.nl/attachments/QTVR/rijksmuseum_vermeer.mov).


Pythagoras: genezen door muziek

De beroemde wijsgeer en wiskundige Pythagoras (575-500 v Chr.) (Afbeelding 1) leefde in de archaïsche periode, een tijd waarin ziekten aan bezetenheid werden toegeschreven. De gezondheid probeerde men te herstellen door middel van betoveringen, orgiastische culten, medische orakels, tempelslaap en vergelijkbare manieren.

Afbeelding 1. Pythagoras. Musei Capitolini te Rome.

Van Pythagoras is bekend dat hij in zijn therapeutische activiteiten van epôidai (magische, melodieus gezongen formules) gebruik maakte. Deze waren bedoeld om kwade geesten te verdrijven. Muziek vormde de basis van Pythagoras' filosofie. Als natuurfilosoof zocht hij naar hèt ene oerbeginsel van waaruit zich alles wetmatig ontwikkelde. Omdat voor muziek aan te tonen was, dat deze aan een mathematische orde voldeed zonder dat er een voor de hand liggend verband met getallen werd vertoond, werd muziek bestempeld als de duidelijkste waarneembare uitdrukking van de harmonieuze, getalsmatige ordening die de gehele micro- en macrokosmos bepaalde.

Het idee dat "mooie" getalverhoudingen iets harmonisch opleveren, kon Pythagoras aantonen met een aangestreken snaar. Wanneer een snaar wordt aangeraakt en daarna de snaar halveert hoort men twee tonen die heel goed samen klinken. Deze tonen vormen een octaaf (verhouding 1:2). De voornaamste toonverhoudingen zijn: 2:3 (kwint) en 3:4 (kwart). Niet toevallig vormen de getallen 1,2,3,4 bij elkaar opgeteld, het volmaakte getal 10.

Als nu de harmonie der dingen verstoord bleek, zoals bij ziekte, kon dit met muziek in balans worden gebracht. Hij noemde deze therapie door muziek katharsis (reiniging, zuivering). De therapie was er op de eerste plaats op gericht om de ziel in haar oorspronkelijke toestand terug te brengen, maar kon via de ziel ook gunstig op het lichaam werken. Met muziek probeerde Pythagoras dus zowel een innerlijk als een uiterlijk evenwicht te bewerkstelligen.

Hoe ging dit nu in zijn werk? De therapie bestond voornamelijk uit gezang met lichte instrumentale begeleiding. De gezongen teksten waren vaak passages uit de werken van Homeros. Deze passages kwamen qua inhoud zo veel mogelijk overeen met de gewenste genezing. Men geloofde in de overdraagbaarheid van de in woorden aanwezige kracht.

Een bekend voorbeeld is dat Pythagoras een dronken jongeman kalmeert die het plan had opgevat om het huis van zijn ontrouwe geliefde in brand te steken. De jongen was tot razernij gebracht door het aanhoren van een fluitspeler die in een nogal opzwepende (“Phrygische”) toonsoort speelde. Pythagoras adviseerde om op een rustiger toonsoort (“Spondeïsche”) over te gaan, waarop de jongen terstond kalmeerde.¹

1. De Grieken duidden de verschillende toonsoorten waarin een compositie gespeeld kon worden aan met de namen van de verschillende volken. De Phrygische toonsoort gold als opzwepend, stimulerend en werd bijvoorbeeld gebruikt bij rituele feesten ter ere van bijvoorbeeld Dionysos.

Bronnen:
1. Tamara Wanker, Muziek in de oudheid: een betoverende manier om te genezen,
Uitgeverij Scriptio, Deventer, 2008.
2. Wikepedia, http://nl.wikipedia.org/wiki/Pythagoras.