Nieuwsbrief 06/2008        
           
 

Juni 2008

Prometheus (vooruitdenker) en zijn broer Epimetheus) achterafdenker

Van Gogh en "mensennesten"
 

Stuur deze nieuwsbrief door naar iemand anders!
Klik hier!

 

U ontvangt deze nieuwsbrief geheel gratis en zonder verdere verplichtingen omdat u zich via onze website heeft opgegeven. Wilt u geen nieuwsbrieven meer ontvangen, klik dan hier.

    Prometheus (vooruitdenker) en zijn broer Epimetheus (achterafdenker)

Prometheus (de “vooruitdenkende” “degene die vooruit ziet”) staat bekend als de vindingrijke, listige en slimme tegenstrever van de goden.Hij was de schepper van de eerste sterfelijke wezens, mensen en dieren. Hij wist dat het goddelijke zaad van de hemel in de aardbodem rustte en kneedde hiervan, naar het evenbeeld van de goden, de mens. Pallas Athene, de godin van de wijsheid, en blies er vervolgens de goddelijke adem in.

Samen met zijn enthousiaste, maar nogal onnozele broer Epimetheus (de “achterafdenkende” “degene die achteraf inziet”) krijgen ze vervolgens van de goden de opdracht om de verschillende soorten toe te rusten met alle benodigde eigenschappen. Epimetheus die tot op dat moment een afwachtende houding had aangenomen, wil deze klus wel op zich nemen. Hij maakt daarbij echter een grote fout. In zijn enthousiasme vergeeft hij alle eigenschappen aan de dieren, zodat er voor de mens niets overblijft. De vogels kunnen vliegen, de vissen kunnen zwemmen, de beren hebben pelzen, maar de mens blijft over als een wezen zonder eigenschappen.

Epimetheus bemerkt zijn fout, zoals zijn naam al aangeeft, pas achteraf. Om het gebrek van de mensen te compenseren schenkt de slimme Prometheus hen het vuur (symbool voor techniek, het vermogen zich in leven te houden, het vermogen om te leren) dat hij met een list heeft gestolen van de goden. Alle eigenschappen, die de mensen niet hebben, kunnen ze zich vanaf dat moment door te leren verwerven.

Zeus, de oppergod, beziet met lede ogen de mens die op deze wijze goddelijke eigenschappen aan de goden heeft ontfutseld en stuurt als vergelding Pandora (de Griekse Eva), een beeldschone vrouw, met een kruik¹ vol rampspoed naar de mensen. Als ze uit nieuwsgierigheid de kruik opent om te zien wat er in zit, worden op dat moment ziekten, plagen en andere ellende over de mensheid uitgestort.²

Prometheus ten slotte, wordt door Zeus gestraft door hem duizenden jaren lang, in rechtstaande houding, zonder ooit de knieën te kunnen buigen of slaap te vinden, vast te ketenen aan een rots in de Kaukasus waarbij een arend elke dag een stuk van zijn lever uitrukt die overigens iedere keer weer aangroeit (Afbeelding 1).

Afbeelding 1. Op de hierboven afgebeelde schaal uit Laconië, staan de straffen afgebeeld die Sisyphus³ (links) en Prometheus voor eeuwig in de onderwereld moeten ondergaan.

Noten:
1. In de Griekse oudheid droeg Pandora een kruik. De kruik verandert eeuwen later, in de Renaissance, in een doos (“Doos van Pandora”), waarschijnlijk omdat sieraden toen in een doos werden bewaard.
2. Pandora sluit de kruik, geschrokken, vrijwel onmiddellijk af, waardoor één rampspoed niet kan ontsnappen en achterblijft: de waan.
3. Sisyphus was berucht om zijn sluwheid. Hij slaagde er diverse keren in om de goden te misleiden. Als straf hiervoor moest hij een reusachtig rotsblok tegen een berghelling opduwen. Telkens als dit bijna was gelukt, rolde het rotsblok weer naar beneden waarop hij opnieuw kon beginnen tot in lengte van dagen. De uitdrukking “Sisyfusarbeid” voor een langdurige, zinloze bezigheid is hiervan afgeleid.

Bronnen:
1. Arnold Cornelis, Logica van het gevoel, Stichting Essence, Amsterdam/Brussel/Middelburg, 2000.
2. Gustav Schwab, Griekse mythen en sagen, Het Spectrum, Utrecht, 1994.
3. Guus Houtzager, Griekse Mythologie, R&B, Lisse, 2003.


Van Gogh en “mensennesten”

In de beginperiode van zijn schilderscarrière, besluit Van Gogh in navolging van Millet en Breton een boerenschilder te worden. Hij voelde zich het meest aangetrokken tot het authentieke, nog niet door industrie en vooruitgang “aangetaste”, platteland. In september 1883 reist Van Gogh af naar de ongerepte, onafzienbare veen- en heidegebieden rondom Hoogeveen in de provincie Drenthe. Hij maakt daar onder andere twee schilderijen van, zoals hij ze noemde “plaggenkeeten” : “Hutten” en “Boerderij met turfhopen” (Afbeeldingen 1 en 2).

Afbeelding 1 (links). Hutten, november 1883, Van Gogh Museum.
Afbeelding 2 (rechts). Boerderij met turfhopen, november 1883, Van Gogh Museum.

Gedurende zijn gehele schildersloopbaan bleef hij een grote en warme belangstelling tonen voor hutten. “Wat ik in de architectuur uiteindelijk het meest bewonder, dat is een hut met mossig strodak en een zwarte schoorsteen”. Uit eenzaamheid en geldgebrek blijft hij slechts drie maanden in Drenthe. Eind 1884 vertrekt hij naar het Brabantse Nuenen, waar hij bij zijn ouders intrekt.

In Nuenen schetst en schildert van Gogh wevers en boeren op het arme platteland. Na het onverwachte overlijden van zijn vader op 26 maart 1885 voltooit Van Gogh, begin mei, De aardappeleters, zijn eerste groots opgezette figuurstuk en meesterwerk, waarmee hij zich na bijna twee jaren schilderen hoopte te bewijzen voor de buitenwereld. Vlak na het voltooien van De aardappeleters begint Van Gogh aan “een groote studie van een hut ’s avonds”.¹ (Afbeelding 3').

Afbeelding 3. De hut, mei 1885, Van Gogh Museum.

Hij gaf dit schilderij een franse titel, La chaumière, de hut. In deze hut woonde de familie De Groot die model stond voor De aardappeleters. De hut bestaat uit twee woningen. De gezamenlijke schoorsteen is waarschijnlijk van planken gemaakt. De bewoners van dit type hutten, dagloners of wevers, behoorden tot het armste deel van de bevolking. Van Gogh schilderde de hut omdat die twee hutten, halfvergaan, onder één strodak, hem deden denken aan “een paar afgeleefde luidjes die maar één wezen uitmaakten en die men elkaar ziet steunen”.

Van Gogh noemde deze hutten vaak “mensennesten” vanwege de gelijkenis met vogelnesten. In zijn atelier bevonden zich tientallen vogelnesten die hij als model voor uiteindelijk vijf vogelnestschilderijen gebruikte. De Hut deed hem het meest denken aan een “winterkoningennestje” dat hij tot de mooiste onder de vogelnesten rekende. (Afbeelding 4).

Afbeelding 4. Vogelnesten, oktober 1885, Van Gogh Museum
(midden-boven een winterkoningennest)

Noten:
1. In de werkelijkheid zie ik dagelijks in die sombere hutten effecten tegen ’t licht in of ’s avonds in de schemering, die zóó curieus zijn, dat tot nog toe mijn werk me nog te licht voorkomt voor die effecten in kwestie, nl. die ik vergelijk bij groene zeep en de koperkleur van een versleten 10-centimes-stuk (brief 509).

Bronnen:
1. Louis van Tilborgh en Marije Vellekoop, Vincent Van Gogh Schilderijen – Nederlandse periode, Van Gogh Museum, Amsterdam, 1999.
2. Han van Crimpen en Monique Berends -Albert, De brieven van Vincent van Gogh, SDU Uitgeverij, Den Haag, 1990.
3. Jan Hulsker, Van Gogh en zijn weg. Het complete werk, Meuelnhoff/Landshoff, Amsterdam, 1989.