|
|
Juli 2009
Rembrandt en
zijn
zelfportretten
Stuur deze nieuwsbrief door naar iemand anders!
Klik hier!
U ontvangt deze nieuwsbrief
geheel gratis en zonder verdere verplichtingen omdat u zich
via onze website heeft opgegeven. Wilt u geen nieuwsbrieven
meer ontvangen, klik dan
hier. |
|
|
Rembrandt en zijn zelfportretten.

Afbeelding 1. Zelfportret als apostel Paulus, 1661
(Rijksmuseum)¹
Rembrandt heeft zichzelf ongeveer 80 keer afgebeeld² op
schilderijen, tekeningen en etsen als heer, als beul,
als apostel (Afbeelding 1), jonge 'romantische' dromer,
zelfbewuste soldaat, echtgenoot en - meerdere malen -
als kunstenaar.
Dit is een opmerkelijk
gegeven. In Rembrandts tijd, de 17e eeuw, zijn er in de
Noordelijke Nederlanden ongeveer 50.000 geschilderde
portretten gemaakt, dat is ongeveer 1,5% van de
Nederlanders. Slechts in enkele gevallen zijn er van één
persoon, meestal “bekende” Nederlanders zoals de Prins
van Oranje, meerdere portretten geschilderd.
Portretten van
kunstenaars die zichzelf afbeeldden kwamen daarentegen
relatief vaker voor. Maar ook hier zijn er maar weinig
gevallen bekend van meerdere zelfportretten van dezelfde
kunstenaar. Waarom beeldde Rembrandt zichzelf zo vaak
af? Vaak wordt gedacht dat Rembrandt de zelfportretten
maakte als een vorm van zelfonderzoek. De spiegel zou
hij gebruikt hebben om op zoek te gaan naar zijn diepere
ik. Dit soort zelfonderzoek, als de hoogst persoonlijke
vorm van zelfreflectie, is echter pas aan het eind van
de 19e eeuw (de “Romantiek”) uitgevonden. Ook het woord
‘zelfportret’ is in die tijd ontstaan. In Rembrandts
tijd werd een zelfportret van Rembrandt aangeduid als
“Een portret van Rembrandt door hemzelf gemaakt”.
Een andere verklaring
voor het grote aantal zelfportretten is roem. Roem
bracht met zich mee dat de behoefte aan afbeeldingen van
beroemdheden groeide. Gezichten van uomini famosi
(beroemde mannen) werden bijeengebracht in
portretgalerijen en prentenreeksen. Echter, in het geval
van Rembrandt, die in zijn tijd zeer bekend was en
geprezen werd, is bekend dat er zich tijdens zijn leven
slechts twee schilderijen met zijn zelfportret in een
(vorstelijke) verzameling bevonden. De Engelse Koning
Karel I bezat een exemplaar (Afbeelding 2) en Leopoldo
de ‘Medici het andere (Afbeelding 3). Waarschijnlijk
werd het laatste schilderij rechtstreeks van de
kunstenaar gekocht door zijn neef Cosimo III de ‘Medici
die zowel in 1667 als in 1669 Amsterdam en Rembrandt
bezocht. In 1669 schreef hij in zijn reisjournaal dat
hij enkele bewonderde schilderijen van de ‘più
eccellenti maestri ‘ (de beste meesters) had gekocht.
Dit schilderij behoorde daar zeer waarschijnlijk ook
toe.
|
 |
|
 |
| |
|
|
|
Afb. 2.
Zelfportret ca. 1630 (24 jaar) (Liverpool,
walker Art Gallery). |
|
Afb. 3.
Zelfportret ca. 1669 (63 jaar). Florence,
Galleria degli Uffizi. |
Welke factor speelde dan
wel een rol? Volgens Van de Wetering, de grote
Rembrandtkenner, beeldden beroemde schilders in de 17e
eeuw hun gezicht af op het type schilderijen dat ze als
hun specialiteit beschouwden. Voorbeelden hiervan zijn
Gerrit Dou en Frans van Mieris, beroemd om hun
uitzonderlijke vermogen om veelheid van verschillende,
vaak glanzende stoffen weer te geven. De koper van de
zo’n schilderij kreeg op deze wijze dus zowel een
afbeelding van de kunstenaar zelf, maar tegelijkertijd
een zeker voorbeeld van zijn stijl, zijn proeve van
meesterschap.
Wat was de specialiteit van Rembrandt? Rembrandt werd in
zijn tijd geprezen en bewonderd om zijn magistrale
techniek. Uit overlevering is bekend dat hij bewonderd
werd om zijn vermogen om de menselijke huid te
schilderen zodat “het vlees schijne”. Ook bekend is dat
het Amsterdamse publiek zich massaal vergaapte aan het
extreme illusionisme van het goudborduursel op de
kleding van de figuur van Van Ruytenburch in ‘De
nachtwacht‘ (Afbeelding 4).
 |
|
 |
| |
|
|
|
Afbeelding 4. Van Ruytenburg op de Nachtwacht,
met rechts detail van het goudborduursel. |
|
|
Rembrandts roem was
echter in belangrijke mate gebaseerd op zijn
geschilderde losse figuren en halffiguren, meestal
portretten maar ook tronies, die in zijn geschilderde
oeuvre ook de meerderheid vormt. Elk zelfportret van
Rembrandt was dan ook, niet meer en niet minder, een
specimen van zijn kunst oftewel een typische Rembrandt.
Voorstelbaar is dus dat Rembrandt de klanten die
zichzelf door de grote meester wilden laten
portretteren, een actueel voorbeeld van zijn kunsten
wilde laten zien en dus altijd ten minste één
geschilderd zelfportret in voorraad hield. Klanten
kochten dan mogelijk naast hun eigen portret ook een
portret van de maker zelf. Rembrandt maakte vervolgens
weer een volgend “promotie” schilderij.
Noten
¹ Zelfportret als apostel
Paulus is één van de bekendste van Rembrandts
zelfportretten. Hij beeldt zich voor het eerst af in de
rol van een bekend historisch personage. Volgens de
grote Rembrandt kenner van de Wetering, is dit
schilderij in een enorme vaart geschilderd en voltooide
hij het schilderij nog dezelfde dag.
² De cineast Bert Haanstra maakte in 1956 een film met
daarin een opeenvolging van Rembrandts zelfportretten,
waarbij de ogen van Rembrandt steeds in exact dezelfde
positie in het beeld staan, terwijl het gezicht van de
kunstenaar steeds ouder wordt.
Te
zien op YouTube.
Bronnen
1. Hans den Hartog
Jager, De sensatie van echt licht. Gesprek met Ernst
van de Wetering, Special NRC Handelsblad, 7-1-2006.
2. Christopher White en Quentin Buvelot, Rembrandt
zelf, Waanders Uitgevers, Zwolle, 1999.
3. Ernst van de Wetering, De lachende Rembrandt, ca.
1628 – een recent opgedoken schilderij, Kroniek van
het Rembrandthuis 2008.
4. Michiel Roscam Abbing en Arthur Graaff, Rembrandt
voor dummies, Addison Wesley, 2006.
5. Rijksmuseum.nl.
|
|