|
|
September 2010
Stuur deze nieuwsbrief door naar iemand anders!
Klik hier!
U ontvangt deze nieuwsbrief
geheel gratis en zonder verdere verplichtingen omdat u zich
via onze website heeft opgegeven. Wilt u geen nieuwsbrieven
meer ontvangen, klik dan
hier. |
|
|
Rembrandt in museum
Catharijneconvent te Utrecht
Het museum Catharijneconvent
te Utrecht, met de grootste collectie kerkelijke kunst
in Nederland, heeft één Rembrandt in haar collectie
De doop van de kamerling.

De doop van de kamerling,
1626. 63,2 x 46,5 cm.
Dit jeugdwerk van Rembrandt
werd in 1974 bij toeval ontdekt door Henri Defoer, de
conservator van het museum. Hij was op bezoek bij een
dame in het oosten des lands die een middeleeuws beeldje
aan het museum wilde schenken. Het oog van Defoer viel
op een schilderij dat boven de schoorsteenmantel hing.
Hij vermoedde meteen dat het een vroeg werk van
Rembrandt zou kunnen zijn. Na grondig onderzoek bleek
het inderdaad om een, tot dan toe overigens geheel
onbekend, werk van Rembrandt te gaan. De bezitster wist
over de herkomst alleen te melden dat haar grootvader
het in 1900 in Utrecht had gekocht. Dat het werk zo lang
niet als een Rembrandt herkend werd, is ongetwijfeld te
wijten aan de omstandigheid dat zijn vroegste werk zo
totaal anders is dan een “echte” Rembrandt. Het
schilderij vertoont grote stilistische verwantschap met
de werken van Rembrandt uit hetzelfde jaar:

Bileam en zijn ezelin
Musée Cognacq-Jay, Parijs
63,2 x 46,5 cm (paneel) |
Christus
verdrijft de wisselaars
Pushkin Museum, Moskou
43,1 x 32 cm (paneel) |
| |
|

Musicerend gezelschap
Rijksmuseum Amsterdam
63,4 x 47,6 cm (paneel)
|
Tobit en Anna,
Rijksmuseum Amsterdam
40,1 x 29,9 cm (paneel) |
| |
|

Historieschilderij,
Lakenhal, Leiden 90x122 cm (paneel)
De Doop van kamerling
heeft vrijwel dezelfde afmetingen als Bileam en zijn
Ezelin en Het Musicerend gezelschap. Deze
schilderijen zijn alle drie geschilderd op een
eikenhoutenpaneel, samengesteld uit twee verticale
planken. Rembrandt gebruikte op deze drie schilderijen
ook dezelfde modellen. De jongeman met de scheve muts op
de Doop van de kamerling (afb. 1) is dezelfde als
de harpspeler op het Musicerend gezelschap (afb.
2). En de koetsier op het schilderij De Doop van de
Kamerling (afb 3) is te zien als ruiter met tulband
op het Bileam schilderij (afb. 4).


Het verhaal van de Doop van de Kamerling is te
lezen in de bijbel. De geloofsverkondiger Philippus
kreeg van een engel de opdracht om zich naar de weg
tussen Jeruzalem en Gaza te begeven. Daar ontmoette hij
de “moorse kamerling”, de opperschatmeester van de
koningin der Ethiopiërs. Deze was op de weg terug van
een pelgrimstocht naar Jeruzalem. Hij was op dat moment
verdiept in de bijbel maar begreep niet goed wat hij
las. Philippus bood de helpende hand en predikte hem
Jezus. De kamerling bekeerde zich vervolgens tot het
geloof en liet zich daarna door Philippus dopen.
Bronnen
1. H.L.M. Defoer e.a.,
Goddelijk geschilderd, honderd meesterwerken van
museum Catharijneconvent, Waanders Uitgevers Zwolle,
2002
2. H.L.M. Defoer, Rembrandt van Rijn, De Doop van de
Kamerling, Oud Holland 1977 p.3-26.
3. Gary Schwartz, Rembrandt zijn leven, zijn
schilderijen, Atrium, 1987
4. J. Bruyn, B. Haak e.a., A Corpus of Rembrandt
Paintings I, Springer, 1982
|
|