Nieuwsbrief 07/2008        
           
 

Juli/augustus 2008

Voltaire: De geschiedenis van een beroemd citaat

De Kelten: Holland en Noordzee
 

Stuur deze nieuwsbrief door naar iemand anders!
Klik hier!

 

U ontvangt deze nieuwsbrief geheel gratis en zonder verdere verplichtingen omdat u zich via onze website heeft opgegeven. Wilt u geen nieuwsbrieven meer ontvangen, klik dan hier.

    Voltaire: De geschiedenis van een beroemd citaat

De Franse filosoof Voltaire (1694-1778, echte naam François-Marie Arouet) was een spitsvondig schrijver wiens gevleugelde uitspraken in menig citatenboek terug te vinden zijn. De laatste jaren duikt een van zijn beroemdste citaten veelvuldig op in de media:

Ik verafschuw wat u zegt, maar ik zal uw recht om het te zeggen met mijn leven verdedigen

Deze woorden worden vaak aangehaald wanneer de vrijheid van meningsuiting in het geding is. Job Cohen sprak ze bijvoorbeeld op 2 november 2004 uit tijdens de herdenking van de moord op Theo van Gogh. Maar ook naar aanleiding van de Deense cartoonrellen werd Voltaire opnieuw veelvuldig ten tonele gevoerd. De strekking van het citaat is overduidelijk en zijn boodschap is belangrijk. Maar wat is de ontstaansgeschiedenis van dit citaat?

Op 24 december 1758 schreef Voltaire in een brief: “Wat een heisa rond het boek van Helvétius! Wat een gedoe om niks! [...] Wat voor kwaad kan een boek dat maar door enkele filosofen gelezen wordt?”
Voltaire had zich kwaad gemaakt over de boekverbranding van het werk De l’esprit (1758) van de Franse filosoof Claude Adrien Helvétius. Voltaire was het weliswaar volstrekt oneens met de inhoud van het verbrande werk, maar hij vond alle ophef eromheen maar belachelijk. Hierbij moet vermeld worden dat Voltaire zelf ook vele malen in aanvaring was geweest met de strenge censuur in Frankrijk. Een groot deel van zijn werkzame leven moest hij daardoor in ballingschap doorbrengen.

Anderhalve eeuw later deed de schrijfster Evelyn Beatrice Hall (onder het pseudoniem S. G. Tallentyre) verslag van Voltaires verontwaardiging over de boekverbranding van De l‘esprit. In haar boek The Friends of Voltaire (1906) trachtte zij het standpunt van Voltaire in haar eigen bewoordingen te vatten: “What a fuss about an omelette!” he had exclaimed when he heard of the burning. How abominably unjust to persecute a man for such an airy trifle as that! “I disapprove of what you say, but I will defend to the death your right to say it,” was his attitude now.”

Een misverstand was geboren. Tot op de dag van vandaag komt men de woorden van Evelyn Beatrice Hall tegen in citatenboeken en in toespraken, als waren het de woorden van Voltaire. Dit ondanks het feit dat al vrij snel een kritisch artikel genaamd Voltaire Never Said It verscheen, waarin de juistheid van het citaat werd bestreden. Evelyn Beatrice Hall antwoordde op dit artikel in een ingezonden brief: “De woorden “Ik verafschuw wat u zegt, maar ik zal uw recht om het te zeggen met mijn leven verdedigen”, die u in mijn boek hebt gevonden, zijn van mijzelf en hadden niet tussen aanhalingstekens geplaatst moeten worden. Ik wil u mijn excuses aanbieden voor het feit dat ik u, geheel onopzettelijk, heb doen geloven dat ik een passage van Voltaire heb aangehaald (of van wie anders dan ook dan van mijzelf).” Zij beweerde later geïnspireerd te zijn door Voltaires woorden in Traité sur la tolérance (1763):

“Denk zelf na en laat anderen het voorrecht genieten hetzelfde te doen.”

Misverstand opgelost, lijkt het. Maar het verhaal gaat verder met ene Norbert Guterman. Deze schreef in zijn A Book of French Quotations (1963) dat de waarschijnlijke bron van het citaat een brief van Voltaire aan een abt genaamd M. le Riche was. In deze brief schreef Voltaire volgens Guterman op 6 februari 1770:

“Eerwaarde, ik veracht wat u schrijft, maar ik zou mijn leven geven opdat u kunt blijven schrijven”.

Maar als deze brief erop nageslagen wordt, dan komt men deze uitspraak helemaal niet tegen. Sterker nog, in geen enkele brief van Voltaire aan M. le Riche komen deze woorden voor. Woorden van deze strekking vallen zelfs niet tussen de regels door te lezen. Waarom heeft Guterman het dispuut rondom een twijfelachtig citaat proberen op te lossen met een nog twijfelachtiger verwijzing naar een niet bestaand citaat? Naar zijn beweegredenen kan slechts gegist worden.

Om een lang verhaal kort te maken: de gevleugelde woorden “Ik verafschuw wat u zegt, maar ik zal uw recht om het te zeggen met mijn leven verdedigen” zijn dus niet van Voltaire, maar van bovengenoemde Evelyn Beatrice Hall. Toch zal men het citaat tot in lengte van dagen blijven toeschrijven aan Voltaire. En geef die sprekers en schrijvers maar eens ongelijk. Een prachtig en belangrijk citaat schrijft men natuurlijk liever toe aan een wereldberoemde filosoof, dan aan een vrijwel in de vergetelheid geraakte schrijfster die problemen had met het op de juiste wijze gebruiken van aanhalingstekens. Dus voortaan wanneer iemand dit citaat aan Voltaire toeschrijft, dan zullen wij zeggen:

“Ik ben het niet eens met wat u zegt, maar ik zal uw recht om dit citaat ten onrechte aan Voltaire toe te schrijven met mijn leven verdedigen.”

Al was het maar omwille van de vrijheid van meningsuiting.

Berry van den Dikkenberg

Enkele bronnen:
1. Wikipedia, Voltaire, http://nl.wikipedia.org/wiki/Voltaire
2. Wikipedia, Evelyn Beatrice Hall,
http://en.wikiquote.org/wiki/Evelyn_Beatrice_Hall
3. Blogspot “Done with mirrors”, Voltaire or Not, http://vernondent.blogspot.com/2006/02/voltaire-or-not.html

Eerder behandelde misinterpretaties:

4. Berry van den Dikkenberg, Opium van het volk, E-Scriptio 2008, nr. 02, http://www.scriptio.nl/Nieuwsbrief/Escriptio-0208a.html
5. Berry van den Dikkenberg, Pantha Rhei, E-scriptio 2007, nr 11,
http://www.scriptio.nl/Nieuwsbrief/Escriptio-1107a.html


De Kelten: Holland en Noordzee

Menig geografische benaming in de Nederlandse streken stamt uit de Keltische cultuur die ouder is dan de Griekse en de Romeinse beschaving. “De verborgen geschiedenis van een land ligt in de namen besloten, in het logisch onbewuste natuurlijke taalsysteem van de moedertaal”, aldus de Belgische filosoof Arnold Cornelis.

De Keltische cultuur bestond langs de grote rivieren en de kusten van Europa en nog steeds zijn hiervan de sporen in onze taal en andere talen terug te vinden. In het Keltisch is de naam voor water “eve”, in verschillende dialectische varianten. Het Franse ‘eau’ is hiervan afgeleid. Evenals Evreux, een stad aan de ‘Eure’. Andere varianten zijn treffen we aan in Spanje zoals de rivier de Ebro. Noordelijker zijn er sporen te vinden in de ‘Ee’, ‘Edam’ en ‘Ede’ en natuurlijk ‘zee’en ‘See’en ‘Sea’. De variant “awa” is op zijn beurt te herleiden tot het Latijnse “Aqua”, de riviernamen als ‘Aa’, in plaatsnamen als ‘Adorp’ en ‘Breda’. Er is ook een verschuiving naar “ie” / “ij”: Krommenie, “het IJ’, IJssel, Isère (midden Frankrijk), De IJzer (België), IJzendijke, Lille (van l’isle), Parijs, IJsland, “Island” en ‘eiland’(= land in het water).

De huidige Noordzee werd duizenden jaren geleden aangeduid als ‘Holle’, waar de naam “Holland” uit voortkomt. De Vlamingen zeiden “Helle”, de Friezen “Harle” en “Har” en de Duitsers Hölle. Hier komen de plaatsnamen Haarlem, Harlingen, Middelharnis, Haringvliet, Harwich, Harbour, Hellevoetsluis, Den Helder vandaan. Ook het woord “haring” kan zo worden geduid.

Arnold Cornelis betoogt verder dat de term ‘Helle’ (de zee als symbool voor de plaats der doden) door het Christendom als “hel” is overgenomen. De hel kon toen niet meer als benaming voor de zee worden gebruikt en werd Noordzee.

Bronnen:
1. Arnold Cornelis, Logica van het gevoel, Stichting Essence, Amsterdam/Brussel/Middelburg, 2000.