Nieuwsbrief 10/2007

       
           
 

September 2007

Rembrandt.
Tis vinnich kout

Nietzsches Apollo en Dionysus. Verstand en extase

 

Stuur deze nieuwsbrief door naar iemand anders!
Klik hier!

 

U ontvangt deze nieuwsbrief geheel gratis en zonder verdere verplichtingen omdat u zich via onze website heeft opgegeven. Wilt u geen nieuwsbrieven meer ontvangen, klik dan hier.

   

Rembrandt. Tis vinnich kout

Rembrandt (1606-1669) heeft ongeveer 300 etsen gemaakt. Al tijdens zijn leven werden zijn etsen nationaal en internationaal bewonderd en op grote schaal verzameld. Een goed voorbeeld is de huidige grafiekcollectie van de Bibliothèque Nationale te Parijs. De kern van deze collectie komt uit het bezit van Michel de Marolles, die in 1666 reeds 225 etsen van Rembrandt bijeen had gebracht.
Beperkte Rembrandt zich als schilder in hoge mate tot het vervaardigen van portretten en historiestukken; als etser begaf hij zich op alle mogelijke thematische gebieden zoals portretten, landschappen, allegorieën, naakten, stillevens en genretaferelen. In tegenstelling tot zijn tijdgenoten experimenteerde Rembrandt volop met combinaties van ets en graveertechnieken op verschillende papiersoorten, uiteenlopend van dik pakpapier (oatmeal paper) tot kostbaar dun en sterk Japans en Chinees papier. In een geschrift over de prentkunst uit 1686 zegt Baldinucci het zo: Rembrandts uiterst bizarre manier die hij voor de ets bedacht, en die hij als enige beoefende, die noch door anderen werd aangewend noch elders te zien was en die inhield dat met bepaalde strepen en streepjes en onregelmatige lijnen en zonder contouren, een intens, krachtig clairobscur te voorschijn werd geroepen.
De etsen van Rembrandt zijn door Adam Bartsch in 1797 genummerd en gerubriceerd naar onderwerp: Zelfportretten, Bijbel, Heiligen, Allegorieën en fantasieën, Bedelaars en scènes uit het dagelijks leven, Naakten, Landschappen, Mansportretten, Studies van mannen, Portretten en studies van vrouwen. Alle etsen van Rembrandt, op zes na, zijn in het bezit van het Teylers Museum in Haarlem en het Rijksprentenkabinet te Amsterdam. Een voorbeeld uit de rubriek: Bedelaars en scènes uit het dagelijkse leven (B119 t/m B184) zijn twee etsen van boeren die over het weer praten. Deze twee etsen vormen het enige echte paar tegenhangers onder Rembrandt’s etsen. De ene boer zegt: Tis vinnich kout en de ander antwoordt met: dats niet.



Afbeelding 1 (links). Tis vinnich kout (1634). B177, Teylers Museum, Haarlem.
Afbeelding 2 (rechts). Dats niet (1634). B178, Teylers Museum, Haarlem.

Bronnen:
1. Gary Schwartz. Alle etsen van Rembrandt op ware grootte afgebeeld. SDU,1988.
2. Holm Bevers, Peter Schatborn en Barbara Welzel. Rembrandt. De Meester & zijn werkplaats, Rijksmuseum Amsterdam – Waanders Uitgevers, 1991.


Nietzsches Apollo en Dionysus. Verstand en extase

Afbeelding 1. Apollo Belvedere. Vaticaanse Musea. Rome.

Afbeelding 2. Bacchus. Michelangelo. Museo Nazionale del Bargello. Florence.

Apollo was een van de belangrijkste Griekse goden. Hij behoorde tot de twaalf Olympische goden, die samen met de oppergod Zeus op de berg Olympus verbleven. Apollo was onder meer de god van het licht, de waarzegkunst, de wijsheid en de kunsten (met name de muziek). In zijn hoedanigheid van artistieke god was hij de leider van de negen muzen, de beschermgodinnen van kunsten en wetenschappen. In het geval van wijsheid is hij de rechtsprekende god, in het geval van de kunst de maatgevende god die de regels van de verbeelding bepaalt.
Dionysos, bij de Romeinen bekend als Bacchus, staat bekend als wijngod, god van de vegetatie en god van de extase. Dionysus is de verspreider van wellust over de aarde en inspirator van de kunstzinnige mens. Met zijn nadruk op roes en extase belichaamt hij een bijzonder aspect van de Griekse beschaving. De Dionysus-cultus drong door in de gehele Griekse wereld en ver daarbuiten. Tijdens de wintermaanden werden verschillende dionysusfeesten gevierd. In Athene bijvoorbeeld, was er in februari een bloemenfeest waarbij de eerste nieuwe wijn werd gedronken. Dionysus werd tijdens dit feest op een scheepskar (carrus navalis, NB ons huidige carnaval) de stad binnengereden. In maart werden in het Dionysus theater aan de voet van de Acropolis komedies en tragedies opgevoerd. Het Griekse woord tragoidia betekende oorspronkelijk bokkenzang en ontstond uit liederen en dansen die werden opgevoerd door als bokken verklede boeren.
Dionysus werd ook wel tegenover de rationele en intellectuele instelling geplaatst die werd belichaamd door de verstandelijke, beheerste en artistieke Apollo.
Apollo en Dionysus spelen een belangrijke rol in Nietzsches eerste boek De geboorte van de tragedie. Het Apollinische en het Dionysische zijn twee tegengestelde principes. Het Dionysische element in het leven is dat van de natuur, de scheppingsdrang en de teugelloze wellust. Het is de drijfkracht achter het voortdurend worden. Het Apollonistische element vertegenwoordigt daarentegen de maat en harmonie der dingen. Het kanaliseert de oerkracht van de natuur. Het is de werkelijkheid zoals wij die zien en zoals wij haar in woorden en begrippen kunnen vatten. Volgens Nietzsche wordt er teveel gezocht naar apollonistische wijsheid, naar theoretische kennis. Deze kennis stuit namelijk onvermijdelijk op haar grenzen. Over deze grenzen heerst het Oer-Ene. De koningsweg hiernaar toe gaat via het Dionysische en leidt tot de ware essentie van het leven. Alleen door middel van de roes kan men de eenheid achter de veelheid van de verschijnselen gewaarworden. Echter de roes van het bacchanaal kan ook leiden tot barbarisme. De Apollinische maat en harmonie moeten de Dionysische roes in bedwang houden.
De Griekse tragedie wist beide principes een plaats te geven. Het apollonistische zorgde voor de tekst en de handeling op het toneel; het Dionysische nam het mysterieuze deel voor haar rekening gepresenteerd door middel van de muziek.

Bronnen:
1. Guus Houtzager. Geillustreerde Griekse Mythologie Encyclopedie. R&B, 2003.
2. Berry van den Dikkenberg. Genialiteit in het vroegste werk van Friedrich Nietzsche. Scriptio, 2007.
3. Friedrich Nietzsche. De geboorte van de tragedie. Arbeiderspers, 2006.
4. www.philaletes.filosofie.be