|
|
December 2009
Stuur deze nieuwsbrief door naar iemand anders!
Klik hier!
U ontvangt deze nieuwsbrief
geheel gratis en zonder verdere verplichtingen omdat u zich
via onze website heeft opgegeven. Wilt u geen nieuwsbrieven
meer ontvangen, klik dan
hier. |
|
|
Van Gogh en De
aardappeleters
Als ik zeg dat ik een boerenschilder ben, dat is
werkelijk zoo en zal U wel meer blijken in ’t vervolg,
ik voel mij t’huis daar. En ’t is niet voor niets dat ik
bij de mijnwerkers en de turfboertjes en de wevers &
boeren hier zooveel avonden bij ’t vuur heb zitten
peinzen (…). Door op alle uren van den dag voortdurend
het boerenleven te zien ben ik er zoo ingeraakt dat
werkelijk ik
aan niets anders haast ooit denk [brief aan broer Theo
13 april 1885]
Vincent van Gogh
bewonderde landarbeiders om hun nederigheid en eenvoud
bij het verrichten van de meest fundamentele menselijke
taken. In zijn Nuenense periode maakte hij een groot
aantal studies van het boerenleven op het Brabantse
platteland (“het donkere zuiden”). Hoogtepunt uit deze
Brabantse periode is zijn beroemde schilderij De
aardappeleters. Gedurende een periode van een half
jaar voorafgaand aan De aardappeleters tekende en
schilderde Vincent een groot aantal koppen en handen van
boeren en maakte hij ter plekke clair-obscur studies in
donkere hutten.

Afb. 1. De Hut, Van
Gogh Museum (1885).
Het motief van een
boerengezin aan de dagelijkse avondmaaltijd was in die
tijd populair in de Europese kunst. Voor De
aardappeleters ging Van Gogh meermalen naar de “hut”
van de families De Groot en Van Rooij (Afbeelding 1). De
families woonden “twee onder één kap” in dezelfde hut.
Van Gogh maakte tekeningen/schetsen (Afbeeldingen 2 t/m
5), drie schilderijen (Afbeeldingen 4 t/m 6) en een
litho (Afbeelding 7) van “aardappeleters”. Hij begint
zijn studies van “boeren rond een schotel aardappels”
met vier figuren (Afbeeldingen 2, 3 en 7). In de latere
versies verandert hij de compositie. Het aantal figuren
wordt uitgebreid naar vijf en de schaal met aardappelen
die op de eerste geschilderde versie (Afbeelding 7) door
de opstelling van de rugfiguur niet te zien was, brengt
hij in de twee andere geschilderde versies in beeld,
door deze naar links te schuiven (Afbeeldingen 8 en 9).

Afb. 2. Tekening in zwart
krijt.

Afb. 3. Tekening in zwart
krijt.

Afb. 4. Schets bij brief.

Afb. 5. Schets bij
brief.

Afb. 6. Litho.

Afb. 7. De
aardappeleters, Van Gogh Museum (33,5 x 44,4 cm).

Afb. 8. De
aardappeleters, Kröller-Müller Museum (73,9 x 95,2
cm).

Afb. 9. De
aardappeleters. Van Gogh Museum (82 x 114 cm).
Door het naar links schuiven van de
schaal met aardappelen kwam deze te ver van de vrouw aan
de rechterkant te staan. Van Gogh loste dit op door haar
in plaats van aardappelen te laten prikken, koffie te
laten schenken. De hierdoor ontstane voorstelling kwam
in werkelijkheid echter nooit voor. De combinatie
aardappelen eten en koffiedrinken op hetzelfde tijdstip
was niet gebruikelijk. Van Gogh zette de werkelijkheid
ook op andere punten naar zijn hand. De damp van de
aardappelen concentreert zich geheel rond de rugfiguur.
De aardappelen bij de handen van de man en de vrouw die
erin prikken geven echter geen damp af (Afbeelding 10).
Ook voor de kopjes koffie liet hij de damp selectief
achterwege. Er komt wèl een stevige damp af van het
kopje dat de oude man in zijn hand houdt, maar niet van
de zojuist ingeschonken koffie op tafel (Afbeelding 11).

Afb. 10. Alleen damp
rond rugfiguur.

Afb. 11. Alleen damp bij
bovenste kopje. Van
Gogh vond De aardappeleters zijn eerste “echte”
schilderij (tableau). Alle schilderijen die hij daarvoor
had gemaakt, waren in zijn zienswijze slechts studies.
Het schilderij zou het beste tot zijn recht komen in een
gouden lijst (“een schilderij dat goed in ’t goud doet”)
en zou het goed doen op een muur die behangen was met
een papier dat de “diepen toon van rijp koren hadde”
(Afbeelding 12).

Afb. 12. De
aardappeleters in een gouden lijst.
Bronnen:
1. Louis van Tilborgh
en Marije Vellekoop, Vincent Van Gogh Schilderijen –
Nederlandse periode, Van Gogh Museum, Amsterdam,
1999
2. Jan Hulsker, Van Gogh en zijn weg. Het complete
werk, Meuelnhoff/Landshoff, Amsterdam, 1989.
3. Han van Crimpen en Monique Berends-Albert, De
brieven van Vincent van Gogh, SDU Uitgeverij, Den
Haag, 1990.
4. Sjaar van Heugten, Joachim Pissarro en Chris
Stolwijk, Van Gogh en de kleuren van de nacht
(catalogus), Van Gogh Museum / MOMA/ Mercatorfonds,
2008.
5. Jos ten Berge, Teio Meedendorp, Aukje Vergeest,
Robert Verhoogt, De schilderijen van Vincent van Gogh
in de collectie van het Kröller-Müller Museum, 2003.
|
|