| |
November 2008-2
Rembrandt en Willem Lievensz. Coppenol
Stuur deze nieuwsbrief door naar iemand anders!
Klik hier!
U ontvangt deze nieuwsbrief
geheel gratis en zonder verdere verplichtingen omdat u zich
via onze website heeft opgegeven. Wilt u geen nieuwsbrieven
meer ontvangen, klik dan
hier. |
|
|
Rembrandt en Willem Lievensz. Coppenol
In het œuvre van Rembrandt neemt schoonschrijver Willem
Lievensz. Coppenol een bijzondere plaats in. Zijn
portret is, naar men lange tijd aannam, maar liefst vier
keer door Rembrandt afgebeeld. Twee keer op een ets
(Afbeeldingen 1 en 2) en twee keer op een schilderij
(Afbeeldingen 3 en 4). Eind vorige eeuw kwam op
verrassende wijze aan het licht dat het portret op het
schilderij in Kassel (Afbeelding 4) niet van Coppenol
kon zijn.
Wie was deze Coppenol, die ook door de grootste dichters
uit die tijd zoals Vondel, Cats en Huygens is bezongen?

Coppenol was schoolmeester
in Amsterdam. Hij trouwde twee maal. Beide keren met
rijke, niet onbemiddelde vrouwen. Zijn eerste vrouw,
Mayke Theunis, was onder andere eigenaresse van de
school waar Coppenol les gaf. In 1650 kreeg Coppenol een
aanval van krankzinnigheid waardoor hij het lesgeven
moest opgeven. Met heel zijn ziel en zaligheid wierp hij
zich vanaf dat moment op de schoonschrift kunst. Hij gaf
verschillende kunstenaars, waaronder Rembrandt, de
opdracht om zijn portret te etsen. Deze etsen stuurde
hij vervolgens naar alle bekende dichters in het land
met het verzoek om er, tegen betaling, een gedicht bij
te maken. Deze gedichten publiceerde hij vervolgens weer
tezamen met de ets tot meerdere glorie van zichzelf
(Afbeelding 5):

Afbeelding 5.
Op één van de schilderijen waarvan men lange tijd dacht
dat hierop Coppenol was afgebeeld (Afbeelding 4), bleek
op verrassende wijze iemand anders te zijn
geportretteerd. Dit kon worden geconcludeerd na
intensief onderzoek van de weefseldichtheid van
honderden Rembrandt doeken. Uit dit onderzoek werd
duidelijk dat vrijwel elk door Rembrandt gebruikt doek
afkomstig was van een andere rol. Rembrandt sneed zijn
doeken dus niet van één grote rol, maar kocht de
(geprepareerde) doeken los. Ook was het in de 17e eeuw
gebruikelijk dat de opdrachtgevers het doek of andere
dragers zelf kochten en meenamen naar het
kunstenaarsatelier.
In sommige gevallen werden wèl twee doeken uit dezelfde
rol aangetroffen. Als dit al het geval was, dan bleken
deze doeken bijna altijd te zijn gebruikt voor een
“duo-opdracht”. Ook het “Coppenol” schilderij
(Afbeelding 4) bleek een tegenhanger te hebben. In Wenen
bleek het schilderij Portret van een zittende jonge
vrouw (Afbeelding 6) uit dezelfde rol afkomstig te
zijn als die van het “Coppenol” schilderij uit Kassel.
Echter de afgebeelde jonge vrouw kon onmogelijk
Coppenols echtgenote zijn, want haar leeftijd was op dat
moment veel hoger, namelijk 52 jaar.

Afbeelding 6. Portret van
een zittende jonge vrouw.
Akademie der bildenden Künste, Wenen, 1632.
Rembrandt had hier dus
iemand anders dan Coppenol geportretteerd. Onbekend is
wie afgebeeld is.
Bronnen:
1. Christopher Brown,
Jan Kelch en Pieter van Thiel, Rembrandt: De Meester
en zijn werkplaats, Rijksmuseum Amsterdam / Waanders
Uitgevers, Zwolle, 1991.
2. B. Haak, Rembrandt zijn leven, zijn werk, zijn
tijd, Meulenhoff/Landshoff, Amsterdam, 1990.
|
|