| |
November 2008
Vermeers Gezicht op Delft en Van de Velde's De Hut
Stuur deze nieuwsbrief door naar iemand anders!
Klik hier!
U ontvangt deze nieuwsbrief
geheel gratis en zonder verdere verplichtingen omdat u zich
via onze website heeft opgegeven. Wilt u geen nieuwsbrieven
meer ontvangen, klik dan
hier. |
|
|
Vermeers Gezicht op Delft en Van de Velde’s De
Hut
Het Mauritshuis herbergt een aantal topstukken uit de
Gouden Eeuw zoals het Meisje met de Parel van
Vermeer, De anatomische les van Dr Nicolaes Tulp
van Rembrandt en natuurlijk één van de grootste
meesterwerken uit de 17de eeuw, Vermeers Gezicht op
Delft.
Zeer waarschijnlijk
gebruikte Vermeer Het Straatje, een van zijn
andere beroemde werken, als voorstudie voor het
Gezicht op Delft. Het zijn overigens de enige
Vermeers die geen interieur uitbeelden. Het Gezicht
op Delft (Afbeelding 1) was in het begin van de 19de
eeuw in het bezit van de familie Kops in Haarlem. Het
schilderij werd in 1822 geveild. Op deze veiling werden
ook andere schilderijen ingebracht zoals Adriaen van de
Velde’s De Hut (Afbeelding 2).
Afbeelding 1. Gezicht
op Delft.

Afbeelding 2. De Hut.
In de veilingcatalogus werd
het Gezicht op Delft beschreven als zijnde het
“kapitaalste en meestberoemde Schilderij van dezen
Meester”. De toenmalige directeur van het Mauritshuis,
was niet erg enthousiast over het doek. Hij adviseerde
de Staat van aankoop af te zien van koop en te kiezen
voor andere schilderijen, waaronder Van de Velde’s De
Hut. Het Gezicht op Delft werd uiteindelijk
op dringend advies van de directeur van het Rijksmuseum
te Amsterdam, door de Staat, met financiële steun van
Koning Willem I, aangekocht.
Tot teleurstelling van het
Rijksmuseum gelastte Willem I echter om het schilderij
in het Mauritshuis (in “Zijne Majesteits Cabinet”) te
plaatsen. De Hut ging vervolgens naar het
Rijksmuseum. Een mogelijke verklaring voor het besluit
van de koning om Gezicht op Delft niet aan het
Rijksmuseum te gunnen, maar over te brengen naar “zijn”
Mauritshuis is wellicht het feit dat Vermeer het licht
over de daken van de huizen naar Nieuwe Kerk leidt, de
plek waar zich het familiegraf van de Oranjes bevindt,
en deze volop in het licht badend weergeeft.
Overigens kon na grondige
bestudering van het Gezicht op Delft de exacte
datering worden bepaald, en wel op een vroege ochtend in
de eerste helft van de maand mei in het jaar 1660 of
1661. In laatstgenoemde jaren was het carillon wegens
renovatie omlaag getakeld. Daardoor kan men door de
verticale spleten in de toren kijken, die normaal gevuld
zijn met het carillon. De bepaling van de maand volgt
uit de bomen die al volop groen zijn en anderzijds door
de twee haringschepen die geheel rechts bij de werf
klaargemaakt worden voor 1 juni, jaarlijks de wettelijke
startdatum van de haringvangst. En het vroege uur is af
te leiden uit de zonnestand in de maand mei.
Bronnen:
1. Ben Broos en
Arthur K. Wheelock jr., Johannes Vermeer,
Waanders Uitgevers, Zwolle, 1995.
2. Kees Kaldenbach, Museumgids Rembrandt, Vermeer,
Van Gogh, Scriptio, Deventer, 2008.
3. Kees Kaldenbach, Het Gezicht op Delft van Johannes
Vermeer,
http://www.xs4all.nl/~kalden/verm/view/Vermeer_NL.html
|
|