Nieuwsbrief 2011-01        
           
 

Febr./maart 2011

 

 

Stuur deze nieuwsbrief door naar iemand anders!
Klik hier!

 

U ontvangt deze nieuwsbrief geheel gratis en zonder verdere verplichtingen omdat u zich via onze website heeft opgegeven. Wilt u geen nieuwsbrieven meer ontvangen, klik dan hier.

   

Jan Steen en Het toilet

In het Rijksmuseum te Amsterdam hangt Het toilet, een klein schilderij van Jan Steen (Afb. 1).



Afb. 1. Jan Steen, Het toilet, olieverf op paneel, 37,0x27,5 cm. Rijksmuseum, Amsterdam.

Jan Steen (1626-1679) was een tijdgenoot van Rembrandt, Vermeer en Frans Hals. Steen was tijdens zijn leven zeer populair vooral door het moraliserende herberg-kroeg-bordeel genre, waarin het losbandige leven en de schadelijke gevolgen van drank aan de kaak werden gesteld. Hij was een zeer productief schilder, getuige het enorme grote aantal door hem achtergelaten schilderijen. Schilderijen van Steen waren prijzig voor zijn tijd: ongeveer 300 gulden, destijds een jaarloon van een ambachtsman. Een andere graadmeter voor zijn populariteit zijn de vele vervalsingen die van zijn werk in omloop kwamen. Er was, met uitzondering van Adriaen Brouwer, geen tweede schilder in de 17e eeuw geweest (. . .) die zooveel en zoo goed gecopïeerd werd als Jan Steen, aldus Justus van Effen in 1734.

Schilderijen en boeken met een moraliserend karakter werden in de 17e eeuw veel gekocht. Vooral emblemataboeken waren bijzonder geliefd. In deze boekwerkjes, zoals de Sinne- en Minnebeelden van Jacob Cats uit 1627, werden plaatjes uit het dagelijks leven voorzien van commentaar dat op drie manieren uitleg gaf: op amoureuze-, op maatschappelijke- en religieuze wijze. De amoureuze uitleg diende als “binnnenkomer” om uiteindelijk uit te komen bij de christelijke interpretatie. Ook de schilderijen van Jan Steen, waarin het dagelijkse leven wordt uitgebeeld, zijn doordrongen van deze moraal. Het Toilet is hiervan een voorbeeld.

Op het eerste gezicht lijkt Het Toilet een onschuldig tafereel: een jonge vrouw die, gezeten op haar bed, haar kousen uittrekt. Voor de 17e-eeuwer was het echter onmiddellijk duidelijk dat het hier een erotisch schilderij betrof. Het woord ‘kous’ had in die tijd de bijbetekenis van vrouwelijk geslachtsdeel. De uitdrukking "haer de kous doen lappen" werd gebruikt als aanduiding voor de geslachtsdaad. Een vrouw met rode kousen was een hoer. De halfvolle po verwijst naar een onzedige vrouw: “piskous” was namelijk de benaming voor een slet. Een hond en achteloos uitgetrapte sloffen stonden voor wellust. Mogelijk dienden deze schilderijen ook als pornografie voor de elite. Volgens Professor Mariët Westermannn kunnen deze schilderijen als equivalenten van de hedendaagse Playboy of Penthouse worden gezien. Vaak waren het publieke vrouwen of courtisanes die op deze manier werden afgebeeld. Jan Steen leverde in veel van zijn schilderijen commentaar op de losbandigheid van zijn personages. Ook in Het toilet was dit zijn bedoeling. Hij zet de onzedelijkheid “te kijk”. Mogelijk begreep men later Steens intenties met dit schilderij niet meer, en werden waarschijnlijk vanuit fatsoensoogpunt, overschilderingen aangebracht:

Links de overschilderde, ‘fatsoenlijke’ versie. Rechts het origineel: ongekuiste versie.

Deze overschilderingen kwamen eerst tijdens restauratiewerkzaamheden in de jaren '60 geheel onverwacht aan het licht. Duidelijk is te zien dat door “aanpassing” van de rok van de vrouw in de fatsoenlijke versie, de inkijk geheel is weggewerkt. Ook de pispot is “aangepakt” en getransformeerd in een “nette” kan.

Bronnen
1. Haak, B., Hollandse schilders in de Gouden Eeuw, Waanders Uitgevers, Zwolle, 2003.
2. Wouter Kloek, Een huishouden van Jan Steen, Verloren, Hilversum, 1998.
3. Wouter Kloek, Jan Steen (1626-1679), Waanders Uitgevers, Zwolle, 2005.
4. Wikibooks: Sociale geschiedenis van Europa 1500-1795/Intimiteit: plaatsen en voorwerpen.