Het geniedenken van Nietzsche en Schopenhauer

Wat is de betekenis en de reikwijdte van het begrip genialiteit in het vroegste werk van Friedrich Wilhelm Nietzsche (1844-1900)? In dit onderzoek wordt in de eerste plaats de historische context van Nietzsches zogeheten “geniedenken” geschetst. Zijn geniedenken was niet slechts gebaseerd op dat van zijn leermeester Arthur Schopenhauer (1788-1860), maar vooral ook op de romantische idealen van Sturm und Drang en de Bildungsphilosophie. In de tweede plaats wordt Nietzsches ambivalente houding jegens zijn leermeester verklaard en bekritiseerd. Hoewel hij Schopenhauer veelvuldig lauwerde als het filosofisch genie pur sang, was hij het tegelijkertijd oneens met de fundamentele uitgangspunten van zijn filosofisch systeem. In welk opzicht Schopenhauer dan toch een leermeester voor de jonge Nietzsche was, kan in het licht van de vroeg-romantische geniecultus worden begrepen.

Over de auteur
Berry van den Dikkenberg (1975) is in 2004 afgestudeerd aan de Faculteit der Wijsbegeerte van de Rijksuniversiteit Groningen, met als hoofdrichting Geschiedenis van de Filosofie. Zijn vakgebied betreft de Duitse metafysica in het algemeen en die van Schopenhauer in het bijzonder.

Auteur: Berry van den Dikkenberg
Uitvoering: Pocket
ISBN: 90-8773-002-0
Prijs: € 19,95
Uitgeverij: Scriptio

Bestellen via Bol.com

2017-03-27T11:11:45+00:00